Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[naam eiser 1] ,
[naam eiser 2],
1..[naam gedaagde 1] ,
[naam gedaagde 2],
1..De procedure
- de dagvaarding van 20 juli 2020, met producties 1 t/m 15;
- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende conclusie van eis in reconventie, met producties 1 t/m 24;
- de oproepingsbrieven van deze rechtbank van 29 oktober 2020;
- de zittingsagenda van deze rechtbank van 13 november 2020;
- de akte houdende vermeerdering van eis tevens conclusie van antwoord in reconventie tevens akte tot het overleggen van producties 16 t/m 22;
- de akte vermeerdering van eis in reconventie tevens houdende akte overlegging aanvullende producties 25 t/m 30;
- de akte houdende vermeerdering van eis van [eisers 1] ;
- de akte overlegging aanvullende producties van [gedaagden] met producties 31 tot en met 34;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 8 december 2020, alsmede de daarin vermelde spreekaantekeningen;
- het bij brief van 4 januari 2021 toegezonden stukken van [gedaagden] ;
- de bij mail van 12 januari 2021 toegezonden stukken van [eisers 1] ;
- het proces-verbaal van de voortzetting van de mondelinge behandeling van 14 januari 2021, alsmede de daaraan gehechte reactie [eisers 1] op het proces-verbaal.
2..De feiten
3..Het geschil
in conventie
4..De beoordeling
gericht “dat recht wordt gedaan aan de kadastrale erfgrens”en daarmee is een beroep op verjaring niet te verenigen.