Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[gedaagde 1],
2.[gedaagde 2],
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
Huurachterstand, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
Europoint III B.V. vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning tegen twee gedaagden, waarvan één hoofdhuurder en één medehuurder. De hoofdhuurder huurt sinds mei 2020 de woning en is in gebreke gebleven met betaling van de huur, die maandelijks € 2.118,- bedraagt. De medehuurder betwist medehuurderschap, maar de kantonrechter stelt vast dat zij tot 14 augustus 2020 medehuurder was en aansprakelijk voor de huur tot die datum.
De huurachterstand bedroeg op het moment van dagvaarden € 8.472,-. De kantonrechter wijst toe dat de medehuurder slechts aansprakelijk is voor de huur tot 14 augustus 2020, een bedrag van € 5.124,19. De hoofdhuurder wordt veroordeeld tot betaling van de resterende huurachterstand en verdere maandelijkse huur tot ontruiming. Daarnaast worden wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten van € 663,81 toegewezen.
De kantonrechter overweegt dat de huurachterstand van vier maanden ernstig genoeg is om ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen, ondanks de persoonlijke omstandigheden van de hoofdhuurder. De huurovereenkomst met de hoofdhuurder wordt ontbonden en hij moet binnen veertien dagen na betekening de woning ontruimen. De vorderingen tegen de medehuurder tot ontbinding en ontruiming worden afgewezen omdat haar medehuurderschap reeds was beëindigd.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst met de hoofdhuurder wordt ontbonden, hij wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand en incassokosten; medehuurder is slechts aansprakelijk tot beëindiging medehuurderschap.