ECLI:NL:RBROT:2021:637
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling vordering uit franchiseovereenkomst met verplichte leverancier en verrekening afgewezen
In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van openstaande facturen ter zake geleverde producten aan gedaagde, franchisenemer onder een franchiseovereenkomst waarbij eiseres als verplichte leverancier is aangewezen. Gedaagde betwist de vordering en voert onder meer verrekening aan met betalingen en creditfacturen die door de franchisegever zijn ontvangen.
De rechtbank overweegt dat de dagvaarding niet nietig is en dat eiseres haar substantiëringsplicht heeft voldaan. Het beroep op verrekening faalt omdat de betalingen en procedures tussen gedaagde en de franchisegever niet zien op de vorderingen van eiseres. Ook een beroep op verrekening van aanwezige voorraad wordt verworpen wegens onvoldoende vaststelling.
De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van € 12.680,03 vermeerderd met wettelijke rente en in de proceskosten. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen zonder matiging. De veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad en de dagvaarding wordt niet nietig verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 12.680,03 plus wettelijke rente en proceskosten aan eiseres.