De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van een dierenarts tegen een boete van €5.000,- opgelegd door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wegens overtreding van de Wet dieren en de Regeling diergeneesmiddelen. De boete betrof het afleveren van het antibioticum Draxxin met UDD-status aan een varkenshouder zonder naleving van de strenge voorwaarden uit Bijlage 9 van de Regeling diergeneesmiddelen.
De toezichthouders van de NVWA constateerden bij inspectie dat het middel niet in het bedrijfsbehandelplan was opgenomen, dat er geen regelmatige bedrijfsbezoeken en evaluaties waren vastgelegd, en dat schriftelijke instructies en ondubbelzinnige identificatie van behandelde dieren ontbraken. De dierenarts voerde aan dat hij zorgvuldig had gehandeld en verwees naar agenda-uitdraai en veehouderverklaringen, maar de rechtbank oordeelde dat de vereiste controleerbare verslaglegging ontbrak.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk omdat de minister alsnog had beslist en een dwangsom had opgelegd. Het beroep tegen het boetebesluit werd ongegrond verklaard omdat de overtreding terecht was vastgesteld en geen gronden voor matiging of afzien van boete waren gebleken. De minister werd veroordeeld in de proceskosten van €267,-.