ECLI:NL:RBROT:2021:6373
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen faillietverklaring ongegrond verklaard door rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzet van verzoeker tegen zijn faillietverklaring, uitgesproken op 4 mei 2021. Verzoeker betwistte dat hij is opgehouden met betalen en vroeg om vernietiging van het faillissement of uitstel om een minnelijk schuldhulpverleningstraject te starten. Hij erkende de vorderingen en benadrukte dat hij substantiële gelden verwacht uit lopende projecten om schuldeisers te voldoen.
Verweerster stelde dat verzoeker ondanks eerdere betalingsbeloften niet aan zijn verplichtingen voldeed en dat aan alle vereisten voor faillietverklaring was voldaan. De curator rapporteerde dat het faillissement waarschijnlijk geen uitdeling zal opleveren vanwege preferente vorderingen van de Belastingdienst en het ontbreken van activa, en concludeerde dat verzoeker is opgehouden met betalen.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker geen minnelijk schuldhulpverleningstraject was gestart noch een WSNP-verzoek had ingediend. Het vorderingsrecht van verweerster was erkend en er was sprake van meerdere schuldeisers. Gezien deze feiten verklaarde de rechtbank het verzet ongegrond en handhaafde het faillissement.
Uitkomst: Het verzet tegen de faillietverklaring wordt ongegrond verklaard en het faillissement blijft in stand.