ECLI:NL:RBROT:2021:6402

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 juli 2021
Publicatiedatum
5 juli 2021
Zaaknummer
20/5726
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 AwirArt. 5a AwirVerzamelbesluit Toeslagen
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit toeslagpartner en inkomenstoets zonder belangenafweging

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Belastingdienst/Toeslagen waarin werd vastgesteld dat eiser en mevrouw [persoon A] vanaf 1 november 2019 geen toeslagpartners meer zijn. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit vernietigd moet worden omdat voorafgaand aan het besluit geen belangenafweging heeft plaatsgevonden.

De rechtbank volgt echter de standpunten van verweerder dat het gezamenlijk inkomen van eiser en mevrouw [persoon A] in de periode januari tot en met oktober 2019 te hoog was voor zorg- en huurtoeslag. Tevens wordt geoordeeld dat mevrouw [persoon A] vanaf 9 september 2019 niet meer op het adres van eiser woonde, wat relevant is voor de aanvullende adresvoorwaarde voor huurtoeslag.

Verweerder heeft in het verweerschrift alsnog een belangenafweging gemaakt en de rechtbank concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die matiging van de terugvordering rechtvaardigen. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven daarom in stand. Eiser krijgt het betaalde griffierecht vergoed.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens ontbrekende belangenafweging, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 20/5726
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser,

en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder,

gemachtigde: [naam gemachtigde] .
Eiser is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door mr. drs. S.H. van Wingerden.
Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 23 juni 2021 heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
  • verklaart dat verweerder aan eiser het betaalde griffierecht van € 48,- vergoedt.

Overwegingen

Het bestreden besluit wordt vernietigd, omdat geen belangenafweging heeft plaatsgevonden voordat dit besluit genomen is. Het bestreden besluit is overigens correct, waardoor de rechtsgevolgen in stand gelaten worden.
De rechtbank volgt de standpunten van verweerder dat eiser en mevrouw [persoon A] op grond van artikel 3, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) vanaf 1 november 2019 niet langer toeslagpartners zijn. Met de ontvangst van het verzoek tot echtscheiding op 1 november 2019 is op die datum aan de voorwaarden uit artikel 5a, vierde lid, van de Awir voldaan. Daarom heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat voor de periode januari 2019 tot en met oktober 2019 het toetsingsinkomen van mevrouw [persoon A] moest worden meegenomen in de berekening van de zorgtoeslag. Het gezamenlijk vastgestelde inkomen was te hoog voor zorgtoeslag.
Met betrekking tot de aanvullende adresvoorwaarde voor huurtoeslag, volgt de rechtbank verweerder in zijn standpunt dat mevrouw [persoon A] vanaf 9 september 2019 niet meer geacht moet worden op het adres van eiser te wonen. Eiser had echter geheel 2019 een te hoog (gezamenlijk) vastgesteld inkomen voor huurtoeslag.
Verweerder heeft in het verweerschrift alsnog toepassing gegeven aan het Verzamelbesluit Toeslagen, laatstelijk aangepast per 15 januari 2021, door de belangen van eiser af te wegen. De rechtbank volgt de in het verweerschrift gegeven toelichting dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden die moeten leiden tot matiging van de terugvordering.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is op 23 juni 2021 in het openbaar gedaan door mr. F.P.J. Schoonen, rechter, in aanwezigheid van I.A. Bakker, griffier.
griffier rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.