ECLI:NL:RBROT:2021:6409
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter bij geschil over levering en betaling van containers
In deze civiele procedure vordert [bedrijf A] betaling van openstaande facturen en rente van [bedrijf B] voor de verkoop van containers. [bedrijf B] betwist de vordering en stelt dat de Nederlandse rechter onbevoegd is omdat de levering niet in Nederland, maar in Polen heeft plaatsgevonden.
De kantonrechter onderzoekt de bevoegdheid op grond van artikel 7 lid 1 sub a van Pro de Brussel I bis-Verordening, die bepaalt dat bij verbintenissen uit overeenkomst de rechter van de plaats waar de verbintenis is of moet worden uitgevoerd bevoegd is. De plaats van levering is volgens partijen verschillend: [bedrijf A] stelt levering in Moerdijk, Nederland, terwijl [bedrijf B] stelt dat levering in Polen plaatsvond.
Omdat Moerdijk niet binnen het rechtsgebied van de rechtbank Rotterdam valt, maar onder de rechtbank Zeeland-West-Brabant, en niet met stelligheid kan worden vastgesteld dat die rechtbank bevoegd is, verklaart de kantonrechter zich onbevoegd. [bedrijf A] wordt veroordeeld in de proceskosten van [bedrijf B].
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en veroordeelt [bedrijf A] in de proceskosten.