Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- mevrouw [naam 2] en mevrouw [naam 3] , beiden werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw [naam 4] , werkzaam bij het Jongeren Perspectief Fonds (hierna: begeleidster).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster, een studente Ergotherapie met problematische schulden, diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om een schuldeiser te dwingen in te stemmen met een schuldregeling. De regeling bood een betaling van 23,533% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op een saneringskrediet en begeleiding via het Jongeren Perspectief Fonds.
Niya Vastgoed Beheer, schuldeiser met 33% van de schuld, weigerde mee te werken en vond het aanbod te laag, maar verscheen niet ter zitting. De rechtbank oordeelde dat de regeling zorgvuldig was opgesteld, getoetst door een onafhankelijke partij en passend was gezien de omstandigheden van verzoekster.
De rechtbank vond dat de belangen van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van de weigeraar. Het dwangakkoord werd toegewezen en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen. Niya Vastgoed Beheer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Rechtbank beveelt schuldeiser Niya Vastgoed Beheer tot instemming met schuldregeling en wijst subsidiair verzoek tot schuldsaneringsregeling af.