Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
2..De vaststaande feiten
a) de wettelijke handelsrente vermeerderd met 4 procentpunten
3..De vordering
4..Het verweer
5..De beoordeling
reeds geslotenovereenkomsten zozeer met elkaar verbonden waren dat een tekortkoming in de nakoming van de ene overeenkomst gevolgen had voor de andere. Die situatie is hier niet aan de orde.
nietin dat tegenbewijs, dan zijn de subsidiaire verweren aan de orde, die de rechtbank om proceseconomische redenen reeds nu bespreekt.
alleen voor het geval [Bedrijf B] niet zou slagen in het tegenbewijsen er dus van uit moet worden gegaan dat er een verlengingsovereenkomst tot stand is gekomen.
vorming, die de overeenkomst vernietigbaar maakt. Het beroep op dwaling impliceert dat [Bedrijf B] de overeenkomst met deze inhoud bij een juiste voorstelling van zaken niet zou hebben gesloten. Wat die juiste voorstelling van zaken zou zijn, heeft [Bedrijf B] echter niet gesteld. Het beroep op dwaling kan daarom niet slagen.
Dordrecht aan de Steegoversloot 36voor de rechter mr. P. Joele;