AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verlenging ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen wegens bedreigde ontwikkeling
De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering verzocht op 9 maart 2021 om verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen, geboren in 2009, 2010 en 2020, die bij hun moeder wonen. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit. De eerdere ondertoezichtstellingen liepen tot 11 mei 2021.
Tijdens de zitting op 29 april 2021, die met gesloten deuren plaatsvond en waarbij een tolk in gebarentaal aanwezig was vanwege het slechthorende karakter van de moeder, werd het verzoek gehandhaafd. De GI lichtte toe dat de opvoedondersteuning via Kentalis onvoldoende was opgestart en slechts via beeldbellen verliep, waardoor er onvoldoende zicht is op de opvoedsituatie. Hoewel enkele doelen deels zijn behaald, zijn er nog zorgen over de balans tussen werk en opvoeding en de samenwerking met school.
De moeder was het niet eens met het verzoek en ervaart de betrokkenheid van de GI als belastend. De kinderrechter oordeelde dat de ontwikkeling van de kinderen nog steeds ernstig wordt bedreigd, ondanks positieve stappen van de moeder. Gezien het wettelijke criterium van artikel 1:255 BWPro werd de ondertoezichtstelling verlengd tot 11 mei 2022 om verdere hulpverlening te waarborgen.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling van de drie minderjarige kinderen tot 11 mei 2022.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/615155 / JE RK 21-667
datum uitspraak: 29 april 2021
beschikking verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam,
betreffende
[naam minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2009 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,
[naam minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2010 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] ,
[naam minderjarige 3] ,
geboren op [geboortedatum minderjarige 3] 2020 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] .
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 9 maart 2021, ingekomen bij de griffie op 18 maart 2021.
Op 29 april 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de moeder,
- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster 1] en mw. [naam vertegenwoordigster 2] .
Aangezien de moeder slechthorend is, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van dhr. [naam tolk] , tolk in gebarentaal.
De feiten
Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] wordt uitgeoefend door de moeder.
[voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] wonen bij de moeder.
Bij beschikking van 11 mei 2020 is [voornaam minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 11 mei 2021.
Bij beschikking van 10 augustus 2020 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 11 mei 2021.
Het verzoek
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De opvoedondersteuning vanuit Kentalis is onvoldoende opgestart. Dit heeft alleen via beeldbellen plaatsgevonden, waardoor er onvoldoende zicht is op de opvoedsituatie. De doelen die zijn opgesteld zijn deels behaald, maar nog onvoldoende. De ondertoezichtstelling dient daarom te worden verlengd om te bezien of de moeder de laatste doelen ook zal behalen. Daarnaast heeft de moeder een baan gevonden en moet worden bezien hoe zij de balans kan vinden tussen haar werk en de opvoeding van de kinderen. De huidige jeugdbeschermer is pas recent betrokken geraakt, waardoor de samenwerking nog niet voldoende tot stand is gekomen. Er zijn ook zorgen over de samenwerking tussen de moeder en school, waardoor de school heeft aangegeven het wenselijk te vinden dat de GI nog betrokken blijft.
Het standpunt van de belanghebbende
De moeder heeft ter zitting te kennen gegeven het niet eens te zijn met het verzoek. De moeder vindt het vervelend dat er steeds een nieuwe jeugdbeschermer betrokken is bij het gezin. De moeder is blij met de ondersteuning vanuit Kentalis en heeft de GI daarnaast niet nodig.
De beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] nog altijd ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De moeder heeft in het afgelopen jaar positieve stappen gezet. Zij ontvangt onder meer begeleiding vanuit Kentalis, heeft een baan gevonden en weet haar netwerk te betrekken. Deze positieve ontwikkeling is echter nog pril en nog niet alle door de GI opgestelde doelen zijn behaald. Eerder heeft de moeder hulpverlening in het vrijwillige kader onvoldoende geaccepteerd. Om te zorgen dat de moeder de nodige hulpverlening blijft accepteren, is de betrokkenheid van de jeugdbeschermer nog noodzakelijk. Daarnaast zal nog moeten blijken hoe de moeder de balans zal vinden tussen haar werk en de opvoeding van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] . De kinderrechter zal daarom het verzoek van de GI toewijzen.
Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 vanPro het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] verlengen voor de duur van twaalf maanden.
De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] tot 11 mei 2022;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. S. Jordaan, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.F. Verhaart als griffier en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2021.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 mei 2021.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Den Haag.