Eiser verzocht op medische gronden om een urgentieverklaring vanwege heupklachten die traplopen bemoeilijken, onderbouwd met een brief van de huisarts. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarde van het bewonen van zelfstandige woonruimte. Eiser stelde dat toepassing van de hardheidsclausule op zijn situatie passend was vanwege zijn medische problemen en schrijnende woonsituatie, en dat verweerder ten onrechte geen onafhankelijk medisch onderzoek had ingesteld.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan de voorwaarde van zelfstandige woonruimte zoals voorgeschreven in de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam. De rechtbank verwierp het argument dat het vereiste van zelfstandige woonruimte buiten toepassing moest worden gelaten vanwege inkomensverschillen en benadrukte dat de regeling bewust streng is vanwege de druk op de woningmarkt.
De rechtbank stelde vast dat de hardheidsclausule alleen kan worden toegepast bij schrijnende situaties die bij het vaststellen van de Verordening onvoorzien waren, wat hier niet het geval was. De medische stukken waren onvoldoende actueel en overtuigend om een schrijnende situatie aan te tonen. Ook was het niet aan verweerder om een onafhankelijk medisch onderzoek in te stellen; dit is de verantwoordelijkheid van eiser.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.