Eisers vorderen dat gedaagde zijn coniferenhaag, die circa 11 meter hoog is en aan hun perceel grenst, terug snoeit tot een hoogte van twee meter en dat overhangende takken worden verwijderd. Gedaagde stelt dat de haag al bestond voordat eisers hun woning kochten en dat zij enige hinder moeten dulden. De rechtbank overweegt dat de hoogte van de haag leidt tot onrechtmatige hinder door het onthouden van licht, maar dat eisers een zekere mate van hinder moeten dulden omdat zij na het planten van de haag zijn komen wonen. Daarom wordt de snoeihoogte vastgesteld op zeven meter, de hoogte van de haag in 2015 toen eisers het perceel kochten.
Daarnaast is vastgesteld dat overhangende takken over het erf van eisers hangen en dat het verwijderen daarvan niet eenvoudig is vanwege de noodzaak van een hoogwerker, waardoor het vorderen van verwijdering geen misbruik van recht oplevert. De rechtbank veroordeelt gedaagde om binnen vier maanden de haag terug te snoeien tot zeven meter en de takken te verwijderen, met de verplichting dit jaarlijks te herhalen. De dwangsom wordt vastgesteld op €250 per dag met een maximum van €2.500. De proceskosten worden gecompenseerd zodat partijen ieder hun eigen kosten dragen.