Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[naam eiser 1],
[naam eiser 2],
[naam eiser 3],
[naam eiser 4],
1..[naam gedaagde 1],
[naam gedaagde 2],
1..De procedure
- de dagvaarding van 31 mei 2021, met producties 1 t/m 15;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 t/m 7;
- de akte inhoudende aanvullende producties, met een gecorrigeerde productie 6 en producties 16 t/m 19, van [eisers];
- de mondelinge behandeling op 22 juni 2021;
- de pleitnota van [eisers]
2..De feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
Spoedeisend belang
“Uit het onderzoek blijkt…”. [eisers] wordt hierin niet gevolgd. In de nieuwsbrief staat aan het einde van diezelfde alinea dat de schriftelijke uitkomst van het onderzoek binnen enkele weken zal worden uitgebracht. Verder heeft [naam gedaagde 1] aangevoerd dat [naam 3] aan het einde van het onderzoek alvast mondeling een samenvatting heeft gegeven van haar bevindingen, zodat de algemene conclusies partijen al bekend waren. [eisers] hebben niet betwist dat [naam 3] mondeling haar bevindingen heeft gedeeld. Nu de conclusie van [naam gedaagde 1] dat uit het onderzoek blijkt dat de kooklucht blijft hangen onder het plafond van het gehele restaurant en vandaar uit middels luchtstromingen door schachten en kieren naar de bovenwoning gaat, bevestiging vindt in het rapport van TAUW, is aannemelijk dat [naam 3] dit reeds mondeling aan partijen heeft medegedeeld op 12 april 2021.
“Blijft de vraag: Waarom is er 21 jaar nooit stankoverlast geweest. Dit is waarschijnlijk te wijten aan de verbouwing van het restaurant in 2019”. Zij vinden dat [naam gedaagde 1] daarmee de geuroverlast ten onrechte geheel toeschrijft aan de verbouwing van het restaurant in 2019.
“waarschijnlijk”heeft gebruikt, in afwachting van verdere vaststellingen. Naar voorlopig oordeel heeft [naam gedaagde 1] daarmee voldoende verklaard hoe zij tot die gevolgtrekking heeft kunnen komen.
“Voor ons is het duidelijk: Eigenaar van appartement [adres] valt niets te verwijten”. Zij menen dat [naam gedaagde 1] zonder enige reden stelt dat [naam 2] geheel geen verantwoordelijkheid draagt voor de geuroverlast.
“ondanks traineren van [naam restaurant]”), terwijl de vertraging deels is veroorzaakt doordat [naam gedaagde 1] geen mediationovereenkomst wilde afsluiten.
656,00