De rechtbank Rotterdam heeft op 25 juni 2021 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die werd verdacht van het voorhanden hebben van een vuurwapen en bijbehorende munitie. De verdachte had een Umarex Walther P22 pistool met kaliber .22 lr en 10 kogelpatronen in zijn woning onder het matras van zijn bed. De verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend, waardoor de rechtbank dit zonder nadere motivering bewezen verklaarde.
De rechtbank benadrukte de ernst van het feit vanwege het toenemend vuurwapengeweld in de regio Rotterdam en de maatschappelijke impact van ongecontroleerd wapenbezit. De verdachte had geen eerder strafblad voor soortgelijke feiten, wat in zijn voordeel werd meegewogen. De officier van justitie had een gevangenisstraf van 9 maanden geëist, maar de rechtbank legde een lagere straf op.
De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van 5 maanden, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het belang van generale preventie. De tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de straf. De verdachte werd vrijgesproken van meer of anders ten laste gelegde feiten.