Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De standpunten
De beoordeling
4.De beslissing
- stelt aan tot curator:
- geeft last aan de curator tot het openen van aan gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 4 maart 2021 uitspraak gedaan over het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar die sinds 2019 onder deze regeling viel. De bewindvoerder had verzocht om beëindiging wegens nieuwe schulden en een boedelachterstand die niet binnen de reguliere looptijd kunnen worden voldaan, mede veroorzaakt door de psychische problematiek van de schuldenaar.
Tijdens de procedure werd vastgesteld dat de schuldenaar volledig arbeidsongeschikt is tot 16 oktober 2021 en dat de schuldenaar tekort is geschoten in zijn verplichtingen, zoals het nakomen van de informatieplicht en het voldoen aan de sollicitatieverplichting. Ondanks aanlevering van ontbrekende stukken en meerdere hulptrajecten, is de situatie niet verbeterd en is verlenging van de regeling door de schuldenaar niet gewenst.
De rechtbank concludeert dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling geen zin heeft omdat de nieuwe schulden en boedelachterstand niet kunnen worden ingelopen, zelfs niet bij maximale verlenging. De regeling wordt daarom tussentijds beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder d, van de Faillissementswet. De rechtbank wijst erop dat een nieuw verzoek tot toepassing van de regeling binnen tien jaar mogelijk is, mits de psychische problemen onder controle zijn en de financiële situatie stabiel is.
Daarnaast stelt de rechtbank het salaris van de bewindvoerder vast en benoemt zij een rechter-commissaris en curator, waarmee het faillissement van rechtswege intreedt. Er wordt een postblokkade ingesteld en de curator krijgt bevoegdheid tot het openen van aan gefailleerde gerichte correspondentie.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling tussentijds wegens oninbare schulden en psychische problematiek en stelt het faillissement vast.