Verzoekers hebben een verzoek ingediend voor een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Faillissementswet om ontruiming van hun huurwoning te voorkomen. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege een aangekondigde ontruiming en wijst het moratorium toe voor zes maanden, onder de voorwaarde dat lopende huurtermijnen worden voldaan.
Verzoekers ontvangen sinds april 2021 een Ziektewetuitkering en zijn sinds februari 2021 onder beschermingsbewind gesteld, waardoor zij naar het oordeel van de rechtbank voldoende inkomen hebben om de huur te voldoen. De rechtbank benadrukt dat verzoekers hun hulpverleners volledig moeten medewerken om uit de schulden te komen.
Daarnaast verklaart de rechtbank het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet niet-ontvankelijk, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet op korte termijn zal worden afgerond. Verzoekers kunnen te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.
De voorziening geldt voor zes maanden en wordt verlengd zolang de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens is bepaald dat de schuldhulpverlener uiterlijk twee weken voor afloop van de voorziening verslag moet uitbrengen.