De Stichting Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden (OZHW) vorderde in kort geding schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis waarbij zij was veroordeeld tot betaling van achterstallig loon aan een voormalig docente Engels. De docent was sinds oktober 2018 ziekgemeld en haar arbeidsovereenkomst is per 1 april 2021 opgezegd na een lang re-integratietraject. OZHW weigerde betaling en stelde voorwaarden, waarna de docente beslag legde onder de Rabobank.
De voorzieningenrechter overwoog dat een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard in principe ten uitvoer kan worden gelegd, ook tijdens het hoger beroep, tenzij sprake is van een kennelijke misslag of bijzondere omstandigheden. OZHW stelde een concreet restitutierisico en gebrek aan zekerheid, mede gelet op de financiële situatie van de docente, maar de rechter nam aan dat er sprake is van een overwaarde op haar woning die voldoende verhaal biedt.
De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van de docente bij tenuitvoerlegging zwaarder weegt dan het belang van OZHW bij schorsing. De vorderingen van OZHW werden daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.