ECLI:NL:RBROT:2021:6786
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestuurlijke boete wegens schending inlichtingenplicht bij bijstandsuitkering
Eiser ontving tussen februari en mei 2019 een bijstandsuitkering. Naar aanleiding van een inkomenssignaal startte verweerder een onderzoek waaruit bleek dat eiser meerdere arbeidsrelaties had en niet had gereageerd op verzoeken om informatie. Verweerder legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht, die na bezwaar werd gematigd van € 784,28 naar € 410,46.
Eiser stelde dat zijn hoorplicht was geschonden en dat de commissie onvoldoende was geïnformeerd, waardoor het besluit onzorgvuldig tot stand kwam. De rechtbank stelde vast dat eiser wel degelijk zijn zienswijze had ingediend en dat de commissie hiervan kennis had genomen. De hoorplicht was formeel geschonden, maar dit werd gepasseerd omdat eiser niet benadeeld was.
De rechtbank oordeelde dat eiser de inlichtingenplicht had geschonden en dit hem te verwijten was. De boete was passend en in lijn met de wettelijke bepalingen en jurisprudentie, mede gezien de verminderde verwijtbaarheid. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar eiser kreeg wel vergoeding van griffierecht en proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wordt ongegrond verklaard en de boete van € 410,46 blijft in stand.