Tussen partijen bestond een huurovereenkomst die door de verhuurder werd ontbonden wegens een huurachterstand van 49 maanden. De verhuurders, erfgenamen van de oorspronkelijke verhuurder, vorderden ontruiming van de woning. De huurders betaalden sinds februari 2020 maandelijks aflossingen en gebruiksvergoeding.
De huurders vorderden in kort geding staking van de executie van het ontruimingsvonnis, stellende dat een betalingsregeling bestond en dat een nieuwe huurovereenkomst was ontstaan. De verhuurders betwistten dit en wilden de ontruiming effectueren vanwege de wens de woning te verkopen.
De kantonrechter oordeelde dat het bestaan van een betalingsregeling niet bewezen was, maar dat het betalingspatroon van de huurders erop wijst dat zij binnen vijf maanden de volledige schuld zullen voldoen. De wens van verhuurders om te verkopen vormt geen redelijk belang voor executie. Executie zou misbruik van recht zijn.
De vordering tot staking van de ontruiming wordt daarom toegewezen onder de voorwaarde dat de huurders maandelijks minimaal € 1.000,- aflossen en de gebruiksvergoeding betalen. Verhuurders worden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.