ECLI:NL:RBROT:2021:6808
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenaar, die sinds april 2020 onder deze regeling viel. De bewindvoerder had verzocht om beëindiging wegens tekortkomingen in de nakoming van de verplichtingen door schuldenaar.
Tijdens de zittingen bleek dat schuldenaar zijn informatieplicht niet nakwam, onvoldoende solliciteerde en geen afdrachten aan de boedel deed, met een aanzienlijke boedelachterstand tot gevolg. Ook was er een nieuwe schuld bij de Belastingdienst ontstaan en had schuldenaar aanzienlijke uitgaven gedaan zonder spaarsaldo af te dragen.
De rechtbank gaf schuldenaar een extra kans om de tekortkomingen te herstellen, maar deze maakte hier geen gebruik van en verscheen niet bij de vervolgzitting. De rechtbank oordeelde dat schuldenaar toerekenbaar tekort was geschoten en beëindigde de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 sub Pro c, d, e en f van de Faillissementswet.
Het salaris van de bewindvoerder werd vastgesteld op maximaal € 2.205,60, maar er waren geen baten om vorderingen te voldoen. Er is geen sprake van faillissement van rechtswege bij kracht van gewijsde van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen en stelt het salaris van de bewindvoerder vast.