ECLI:NL:RBROT:2021:6838
Rechtbank Rotterdam
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens fictieve weigering op aanvraag Wmo 2015
Eiser diende op 5 januari 2021 een aanvraag in voor maatschappelijke ondersteuning op grond van de Wmo 2015. Eerder had eiser op 18 november 2020 een melding gedaan, die als zodanig werd erkend. Verweerder had de verplichting om binnen zes weken een onderzoek uit te voeren en binnen twee weken na de aanvraag te beslissen.
Verweerder heeft niet tijdig een besluit genomen, ondanks dat eiser niet volledig meewerkte aan het onderzoek. De rechtbank oordeelde dat dit de verplichting tot besluitvorming niet wegneemt en verklaarde het beroep gegrond wegens fictieve weigering.
De rechtbank stelde de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442,- en legde een nieuwe dwangsom op van €100,- per dag met een maximum van €15.000,- indien verweerder niet binnen twee weken alsnog beslist. Tevens werden de proceskosten van €374,- aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen onder verbeurte van een dwangsom.