Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 17 juni 2021;
- de 9 producties van [persoon A] ;
- de eis in voorwaardelijke reconventie en in reconventie;
- de 14 producties van [bedrijf B] ;
- de mondelinge behandeling op 2 juli 2021;
- de pleitnota van [persoon A] ;
- de pleitnota van [bedrijf B] , met een aanvullende productie.
2..De feiten
- opmaken/vaststellen van de jaarrekening over 2019;
- huidige activiteiten en gevoerd beleid in Duitsland;
- eventuele activiteiten in Oezbekistan;
- kennelijk vals bankafschrift van 24 februari 2020;
- tenaamstelling van een Jeep Grand Cherokee en valse aangifte van diefstal;
- facturen van een Turks vertaalbureau;
- ontslag van [persoon A] .
3..Het geschil in conventie
4..Het geschil in (voorwaardelijke) reconventie
- het stemrecht van [persoon A] in de algemene vergadering van [bedrijf B] te schorsen in afwachting van de uitkomst van (bij voorkeur) een gezamenlijk verzoek tot prijsvaststelling ex artikel 2:343c BW, althans in afwachting van een tegen [persoon A] op korte termijn in te stellen vordering tot gedwongen uitstoting (ex. artikel 2:336 BW Pro) en/of gedwongen uittreding (ex artikel 2:343 BW Pro), althans voor de duur en onder de voorwaarden die de voorzieningenrechter geraden acht;
- [persoon A] te verbieden gedurende de schorsing bestuurshandelingen te verrichten;
- [persoon A] te gebieden medewerking te verlenen aan het (doen) opmaken van de jaarstukken van [bedrijf B] ;
- [persoon A] te gebieden medewerking te verlenen aan het doen van een gezamenlijk verzoek tot prijsvaststelling ex artikel 2:343c BW;
- [persoon A] te veroordelen in de kosten van het kort geding, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente.