In deze kortgedingprocedure vordert eiseres dat de voorzieningenrechter vervangende toestemming verleent voor het doorhalen van de hypothecaire inschrijving van een lening die zij in 2003 had met gedaagde. Eiseres heeft de woning verkocht en wil de hypothecaire inschrijving laten royeren, maar gedaagde weigert mee te werken zonder betaling van het vermeende openstaande bedrag.
De voorzieningenrechter stelt vast dat gedaagde in 2003 een verklaring heeft ondertekend waarin hij bevestigt dat de lening is voldaan. Gedaagde voert tegenbewijs aan met WhatsApp-berichten, maar dit betreft een andere lening en wordt onvoldoende aannemelijk geacht. Eiseres heeft bovendien een verklaring overgelegd van een derde die bevestigt dat de lening is terugbetaald.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van eiseres bij royement spoedeisend is en dat het bedrag waarover gedaagde aanspraak maakt in depot kan worden gehouden bij een notaris totdat in een bodemprocedure definitief wordt beslist wie recht heeft op het bedrag. De vordering wordt toegewezen onder deze voorwaarde en gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.