De rechtbank Rotterdam behandelde op 14 juni 2021 het verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag over een minderjarige die sinds 2019 in een stabiel pleeggezin woont. De moeder kampt met persoonlijke en verslavingsproblematiek, waardoor zij niet in staat is het gezag adequaat uit te oefenen. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling (GI) William Schrikker Stichting hebben verzocht het gezag van de moeder te beëindigen en de GI als voogd te benoemen.
De rechtbank oordeelde dat het kind in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd door de situatie bij de moeder en dat de aanvaardbare termijn voor herstel is verstreken. De pleegouders bieden een veilige en voorspelbare omgeving, maar de GI wordt als neutrale partij benoemd om het contact tussen moeder en kind te faciliteren. De moeder blijft betrokken bij het kind en wordt veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording over het vermogen van het kind.
Het verzoek tot vervangende toestemming voor medische behandeling wordt afgewezen omdat dit niet meer aan de orde is nu de GI voogd is. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.