Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 tot en met 6 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van voorarrest;
- verbeurdverklaring van het in beslag genomen geldbedrag van € 124.026,89.
4..Ontvankelijkheid officier van justitie
5..Waardering van het bewijs
€ 124.026,89. Bij de beoordeling van de vraag of de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt, dient naar vaste rechtspraak als uitgangspunt te worden genomen dat, indien het onderzoek geen bewijs heeft opgeleverd dat de ten laste gelegde geldbedragen van een bepaald misdrijf afkomstig zijn, toch bewezen kan worden verklaard dat deze voorwerpen “uit enig misdrijf” afkomstig zijn, als op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden geconcludeerd moet worden dat die voorwerpen geen legale herkomst kunnen hebben.
)
)en
6..Strafbaarheid feiten
1..Medeplegen van witwassen;
Medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd;
Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III;
Oplichting;
Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
Poging tot oplichting.
7..Strafbaarheid verdachte
8..Motivering straf
9..In beslag genomen voorwerpen
10..Vorderingen benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
€ 10.090,20 aan materiële schade.
11..Toepasselijke wettelijke voorschriften
12..Bijlagen
13..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden;
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor feit 1 een bedrag van € 124.026,89.
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [naam benadeelde 1] . te betalen
zegge: tweeëntwintig duizend zevenhonderdenveertig euro en negenenzestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente over € 18.042,13 vanaf 30 september 2014 en over € 4.698,56 vanaf 11 februari 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 22.740,69 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
454 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;