Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,
[naam ongeboren kind],
[naam moeder],
[naam vader],
Het procesverloop
- een vertegenwoordigster van de Raad, [naam].
Rechtbank Rotterdam
De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot voorlopige ondertoezichtstelling van een ongeboren kind vanwege ernstige zorgen over de psychische gesteldheid van de moeder. De ouders weigeren elke medewerking aan hulpverlening, waardoor de veiligheid en ontwikkeling van het ongeboren kind ernstig worden bedreigd.
De kinderrechter heeft de zaak op 22 juni 2021 behandeld, waarbij de ouders niet zijn verschenen ondanks behoorlijke oproeping. De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West was eveneens verhinderd. Uit de stukken en de zitting bleek dat het Maasstad Ziekenhuis ernstige zorgen heeft geuit over de moeder, en dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de wettelijke grond voor ondertoezichtstelling is vervuld.
Gezien de acute en ernstige bedreiging voor het ongeboren kind is de kinderrechter van oordeel dat een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk is. De beschikking geldt voor de duur van drie maanden, van 22 juni 2021 tot 22 september 2021, en is mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld op 7 juli 2021.
Uitkomst: Het ongeboren kind is voorlopig onder toezicht gesteld voor drie maanden wegens ernstige bedreiging door de psychische gesteldheid van de moeder en het weigeren van ouders om mee te werken aan hulpverlening.