ECLI:NL:RBROT:2021:6975
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek schuldsaneringsregeling ondanks schulden niet te goeder trouw
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens ophouden met betalen van schulden. De rechtbank heeft verzoeker telefonisch gehoord en beoordeeld of het verzoek voldoet aan de wettelijke eisen, waaronder de goede trouw in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
De rechtbank constateert dat sommige schulden, zoals verkeersboetes aan het CJIB en belastingschulden aan de Belastingdienst, niet te goeder trouw zijn ontstaan of onbetaald gelaten. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hem geen verwijt treft voor het niet betalen en het niet juist informeren van de Belastingdienst.
Ondanks het ontbreken van goede trouw kan de schuldsaneringsregeling toch worden toegewezen als verzoeker de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen. De rechtbank oordeelt dat sinds juni 2019 budgetbeheer is ingesteld en de situatie van verzoeker stabiel en beheersbaar is.
Daarom wordt het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toegewezen. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd en een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder toegekend. De rechtbank is bevoegd als hoofdprocedure te openen omdat het centrum van voornaamste belangen in Nederland ligt.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen ondanks niet te goeder trouw ontstane schulden vanwege beheersbare situatie.