Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[eiser 1] ,
1..Het verdere verloop van de procedure
- het tussenvonnis van 1 november 2019 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- de ten behoeve van de mondelinge behandeling door mr. C.W.F. Jansen bij brief van
- het proces verbaal van de op 3 februari 2020 gehouden mondelinge behandeling;
- de brief van mr. M. Taheri van 6 februari 2020, met bijlage;
- het proces verbaal van de op 11 februari 2020 gehouden mondelinge behandeling;
- de akte zijdens [eisers] van 19 maart 2020 waarbij 3 getuigen zijn aangezegd en de producties 8 en 9 zijn overgelegd;
- de akte zijdens [gedaagde] van 16 april 2020, met productie;
- de rolbeslissing van 1 mei 2020;
- de akte zijdens [gedaagde] van 18 juni 2020;
- het proces verbaal van het op 17 augustus 2020 aan de zijde van [eisers] gehouden getuigenverhoor;
- de akte zijdens [gedaagde] van 22 februari 2021;
- de akte zijdens [eisers] van 25 februari 2021;
- de brief van de griffier van 24 maart 2021;
- de akte zijdens [eisers] van 12 april 2021 waarbij zij afzien van het horen van [naam 1] als getuige;
- de akte zijdens [gedaagde] waarin hij afziet van het horen van getuigen in contra-enquête en verzoekt om vonnis te wijzen.