Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
Partijen hadden van eind 2009 tot eind 2017 een affectieve relatie en woonden samen. Na beëindiging van de relatie in december 2017 spraken zij in 2018 af dat gedaagde gedurende vijf jaar maandelijks €250,- aan eiseres zou betalen als financiële afrekening.
Gedaagde betaalde vanaf september 2018 tot januari 2021 maandelijks €250,-, maar stopte daarna met betalen. Eiseres stelde gedaagde in gebreke en vorderde betaling van het resterende bedrag van €8.000,- plus wettelijke rente.
De kantonrechter stelde vast dat de overeenkomst tussen partijen geldig was en dat gedaagde niet aan zijn betalingsverplichting had voldaan. Het verweer van gedaagde dat het voorstel voorwaardelijk was, werd verworpen. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het bedrag en de proceskosten, met onmiddellijke uitvoerbaarheid van het vonnis.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €8.000,- plus wettelijke rente en proceskosten wegens niet-nakoming van de betalingsafspraak.