Eiseres vordert een contact- en gebiedsverbod tegen haar buurvrouw wegens vermeende intimidatie, bedreiging en vernieling. Zij baseert haar vordering op incidenten vanaf april 2020, met als recentste en belangrijkste incident een escalatie op 17 mei 2021 waarbij vernielingen en bedreigingen met wapens zouden hebben plaatsgevonden.
Gedaagde betwist de meeste incidenten en voert aan dat eiseres zelf het gedrag verstoort en de confrontaties opzoekt. De voorzieningenrechter constateert dat slechts één incident voldoende is vastgesteld en dat er geen bewijs is voor een stelselmatig patroon van overlast. Daarnaast is er aanwijzing dat eiseres zelf bijdraagt aan de verstoring.
De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang aanwezig vanwege het recente incident, maar oordeelt dat een gebieds- en contactverbod een zware inbreuk is die alleen kan worden opgelegd bij hoge mate van aannemelijkheid van stelselmatig gedrag. Dit is niet gebleken. De vordering wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.