De officier van justitie verzocht om voortzetting van een crisismaatregel die op 21 mei 2021 was opgelegd aan betrokkene, die lijdt aan een maniforme ontregeling in het kader van een bipolaire stoornis. De rechtbank behandelde het verzoek op 28 mei 2021 via beeld- en geluidverbinding, waarbij betrokkene, zijn advocaat, een psychiater en een verpleegkundig specialist werden gehoord.
De advocaat van betrokkene voerde aan dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren sinds de eerdere afwijzing van een voortzettingsverzoek op 17 mei 2021. De rechtbank verwierp dit verweer op basis van medische verklaringen en de mondelinge behandeling. Er is sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder risico op lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang, mede veroorzaakt door het gedrag van betrokkene.
De rechtbank achtte de voortzetting van verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperking en beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen. Andere gevraagde zorgvormen werden niet noodzakelijk geacht. Betrokkene verzette zich tegen de zorg, maar de rechtbank concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de maatregelen evenredig en effectief zijn.
De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend voor een periode van drie weken, tot en met 18 juni 2021. Tegen deze beschikking staat cassatie open.