Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vordering en het verweer
3..De beoordeling
4..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure vordert Hoist Finance AB betaling van een openstaand bedrag wegens niet-nakoming van een kredietovereenkomst door de gedaagde. De gedaagde stelt dat er geen overeenkomst is gesloten, dat hij aan zijn verplichtingen heeft voldaan, en betwist de geldigheid van de overdracht van de vordering.
De gedaagde heeft verzet ingesteld tegen een vonnis van 22 september 2017, maar de rechtbank oordeelt dat dit vonnis geen verstekvonnis is omdat de gedaagde mondeling op de dagvaarding heeft gereageerd en daarmee rechtsgeldig in het geding is verschenen.
Daarom is de gedaagde niet ontvankelijk in zijn verzet en wordt hij veroordeeld in de proceskosten van de verzetprocedure. De inhoudelijke behandeling van de vordering vindt niet plaats.
Het vonnis is gewezen door kantonrechter S.H. Poiesz en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 30 juli 2021.
Uitkomst: Gedaagde is niet ontvankelijk in zijn verzet omdat het bestreden vonnis geen verstekvonnis is.