Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, waarbij 64% aan preferente en 32% aan concurrente schuldeisers wordt betaald tegen finale kwijting. Van de 33 schuldeisers stemden 32 in met het akkoord, maar de gemeente Rotterdam weigerde voor één vordering van €5.198,11 in te stemmen.
De gemeente Rotterdam baseerde haar weigering op artikel 60c Participatiewet vanwege vermeende niet-naleving van de inlichtingenplicht door verzoekster. De rechtbank moest beoordelen of de weigering van de gemeente redelijk was, waarbij het belang van de gemeente werd afgewogen tegen dat van verzoekster en de overige schuldeisers.
De rechtbank stelde vast dat het akkoord deskundig was getoetst, goed gedocumenteerd en het uiterste was wat verzoekster kon bieden. Verzoekster heeft een fulltime baan met een verlengd arbeidscontract en zit in budgetbeheer. De rechtbank oordeelde dat de belangen van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van de gemeente Rotterdam.
Daarom werd de gemeente Rotterdam bevolen in te stemmen met het akkoord. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen omdat het akkoord een gunstiger resultaat biedt voor schuldeisers. De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot.
Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.