Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan 22 schuldeisers, waarbij 21 schuldeisers instemden, maar de gemeente Rotterdam niet. De gemeente baseerde haar weigering op artikel 60c Participatiewet vanwege vermeende niet-naleving van de inlichtingenplicht en de aard van haar vordering, deels voortkomend uit een strafrechtelijke veroordeling.
De rechtbank weegt het belang van de gemeente tegen dat van verzoekster en de overige schuldeisers en concludeert dat de weigering niet redelijk is. De schuldregeling is gebaseerd op de NVVK-norm en getoetst door een onafhankelijke partij. Verzoekster voldoet aan haar sollicitatieplicht en zit in budgetbeheer, waardoor het risico op nieuwe schulden gering is.
De rechtbank stelt dat het dwangakkoord een gunstiger resultaat oplevert dan de wettelijke schuldsaneringsregeling en beveelt de gemeente Rotterdam om in te stemmen met de regeling. De kosten van de procedure worden aan de gemeente opgelegd en het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.