ECLI:NL:RBROT:2021:7112

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 juli 2021
Publicatiedatum
23 juli 2021
Zaaknummer
C/10/616502 / FT EA 21/478 en C/10/616504 / FT EA 21/480
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 FaillissementswetArt. 285 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving verplichtingen

Verzoekers hebben een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft het verzoek behandeld, waarbij verzoekers driemaal zijn opgeroepen voor de zitting. Verzoekers zijn tweemaal zonder opgave van redenen niet verschenen, wat aanleiding geeft te vrezen dat zij hun verplichtingen uit de regeling niet zullen nakomen.

Daarnaast ontvangt verzoeker inkomsten uit een WIA-uitkering, terwijl verzoekster geen aanvullende inkomsten heeft. De schuldenlast bedraagt € 13.254,44. Uit het verzoek blijkt dat verzoekster de Nederlandse taal onvoldoende beheerst om aan de verplichtingen van de regeling te voldoen.

Op grond van de landelijk uniforme beoordelingscriteria en het feit dat verzoekers niet verschenen zijn, wijst de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Dit betekent niet dat er geen andere gronden voor afwijzing zijn, maar deze zijn niet nader uitgewerkt.

De uitspraak is gedaan door rechter C.G.E. Prenger en griffier N.A. Masrom op 22 juli 2021. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet-naleving van verplichtingen en onvoldoende taalvaardigheid.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 22 juli 2021
[naam 1] en [naam 2],
[adres]
[woonplaats] ,
verzoekers.

1.De procedure

Verzoekers hebben op 9 april 2021 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De mondelinge behandeling van dit verzoek was bepaald op 27 mei 2021. Ter terechtzitting is de advocaat van verzoekers, mr. T. Catak, verschenen. Verzoekers zijn, zonder opgaaf van redenen, niet verschenen.
De voortzetting van de behandeling van het verzoek was bepaald op 25 juni 2021. De advocaat heeft op 25 juni 2021 de rechtbank bericht dat verzoekers verhinderd waren en heeft verzocht om de behandeling nogmaals aan te houden.
De voortzetting van de behandeling is vervolgens bepaald op 15 juli 2021. Ter terechtzitting is de advocaat, mr. T. Catak, verschenen. Verzoekers zijn wederom, zonder opgaaf van redenen, niet verschenen.

2.De feiten

Verzoeker ontvangt inkomsten uit een WIA-uitkering. Verzoekster ontvangt zelf geen (aanvullende) inkomsten. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet Pro € 13.254,44.

3.De beoordeling

Verzoekers zijn voor de behandeling van hun verzoekschrift ter terechtzitting driemaal deugdelijk opgeroepen op het door hun opgegeven adres. Verzoekers zijn echter tweemaal zonder opgave van reden niet verschenen. Gelet hierop moet gevreesd worden dat zij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zullen nakomen, meer in het bijzonder de informatieverplichting. Daarom zal het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling worden afgewezen.
Bovendien blijkt uit het verzoekschrift dat verzoekster de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst om de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling te kunnen naleven. Op grond van het bepaalde in de landelijk uniforme beoordelingscriteria toelating schuldsanering dient het verzoek ook hierom afgewezen te worden.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van
mr. N.A. Masrom, griffier, in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2021. [1]