Eiseres deed op 16 maart 2015 aangifte van straatroof waarbij haar tas werd gestolen. De dader bleef onbekend en werd niet aangehouden. Eiseres klaagde over het politieonderzoek en stelde dat de politie onvoldoende inspanningen had verricht om de dader te vinden, wat leidde tot secundaire victimisatie en immateriële schade.
De politie voerde aan dat de zaak niet als High Impact Crime (HIC) werd aangemerkt omdat het geweld beperkt was en dat de beschikbare opsporingscapaciteit keuzes vereist. Camerabeelden van de Rabobank werden bekeken, maar leverden geen relevante informatie op. De politie besloot het onderzoek te sluiten vanwege gebrek aan aanknopingspunten.
De rechtbank oordeelde dat de politie binnen haar beleidsvrijheid handelde en geen onrechtmatige daad had gepleegd. De vordering tot verklaring voor recht en schadevergoeding werd afgewezen. De wens van eiseres om getuigen te horen werd niet gehonoreerd omdat dit geen rechtmatig belang diende. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.