Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 7 januari 2021, met producties 1 tot en met 3;
- de conclusie van antwoord;
- de akte uitlaten van Havensteder, met productie 1 tot en met 9;
- de akte van [gedaagde] met aanvullend verweer;
- het tussenvonnis van 26 april 2021, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte vermeerdering van eis, met productie.
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
- € 13.582,23 aan achterstallige huur tot en met de maand juni 2021;
- de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro over de hoofdsom (ten tijde van de dagvaarding) van € 9.174,53, vanaf 7 januari 2021 tot aan de dag van algehele voldoening;
- € 760,67 (inclusief BTW) aan buitengerechtelijke incassokosten;
- € 1.025,39 per maand met ingang van de maand juli 2021 tot aan de datum van ontruiming van de bedrijfsruimte, waarbij voor een gedeelte van een maand een gehele maand mag worden gerekend;