De Stichting Havensteder verhuurt sinds 2001 een bedrijfsruimte aan de gedaagde vereniging. Vanaf maart 2020 ontstond een aanzienlijke huurachterstand die opliep tot €13.582,23 tot en met juni 2021. Ondanks een betalingsregeling is de achterstand niet voldaan.
Havensteder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de bedrijfsruimte en betaling van de achterstallige huur inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De gedaagde voert aan getroffen te zijn door coronamaatregelen en wijst op een betalingsregeling, maar heeft deze niet nagekomen en is niet verschenen bij de mondelinge behandeling.
De rechtbank oordeelt dat de huurachterstand en het niet nakomen van de betalingsregeling ontbinding rechtvaardigen. De vorderingen worden toegewezen, inclusief betaling van de achterstallige huur, incassokosten, wettelijke rente en huur vanaf juli 2021 tot ontruiming. De ontruimingstermijn is gesteld op 14 dagen na betekening van het vonnis. Tevens wordt de gedaagde veroordeeld in de proceskosten.