ECLI:NL:RBROT:2021:7190
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoeken kinderopvangtoeslag 2013 en 2014 wegens termijnoverschrijding
Eiseres verzocht om herziening van haar kinderopvangtoeslag over de jaren 2013 en 2014, maar deze verzoeken werden door de Belastingdienst afgewezen omdat zij niet binnen de wettelijke vijfjaarstermijn waren ingediend. Eiseres voerde aan dat zij door een openstaande schuld bij de kinderopvang en het ontbreken van jaaropgaven niet eerder kon verzoeken om herziening.
De rechtbank oordeelde dat hoewel eiseres aannemelijk heeft gemaakt dat zij in onmacht verkeerde, de wettelijke termijn strikt geldt en de nieuwe feiten en omstandigheden niet leiden tot een andere beoordeling van het recht op toeslag. De rechtbank volgde de uitleg van de Belastingdienst dat de definitieve vaststelling van de toeslag was gebaseerd op correcte gegevens en dat de eigen bijdrage van eiseres werd verklaard door het hogere uurtarief van de kinderopvang.
De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de vijfjaarstermijn voor herziening van toeslagen en benadrukt dat nieuwe feiten alleen tot herziening kunnen leiden als zij aantonen dat de toeslag onjuist is vastgesteld binnen die termijn.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de herzieningsverzoeken kinderopvangtoeslag 2013 en 2014 worden ongegrond verklaard vanwege termijnoverschrijding.