ECLI:NL:RBROT:2021:7191
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar en beroep tegen vaststelling voorschot zorg- en huurtoeslag 2020
Eiseres maakte bezwaar tegen de vaststelling van het voorschot zorg- en huurtoeslag over 2020, omdat zij stelde dat een medebewoner op 29 juni 2020 uit de woning was vertrokken, maar nog niet was uitgeschreven in de Basisregistratie Personen (Brp). Zij had de gemeente Rotterdam verzocht een adresonderzoek uit te voeren om dit te corrigeren.
Verweerder stelde dat het verzoek tot adresonderzoek pas op 18 september 2020 door de gemeente was ontvangen en dat daarom de medebewoner pas vanaf 1 oktober 2020 buiten beschouwing mocht worden gelaten bij de toeslagberekening. De rechtbank volgde dit standpunt en oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het verzoek eerder was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit II ongegrond en wees het verzoek om vergoeding van proceskosten af, aangezien verweerder reeds een vergoeding had toegekend voor de kosten in bezwaar. De uitspraak bevestigt dat de huurtoeslag voor de maanden juli tot en met september 2020 correct was vastgesteld met inachtneming van de inschrijving in de Brp.
Partijen werd gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit II wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het voorschot huurtoeslag over 2020 blijft ongewijzigd.