Bluehoef B.V. en Alliance Marine Group SASU (AMG) hebben jarenlang onderhandeld over de overname van aandelen in THB Verhoef B.V., wat in 2019 leidde tot een ondertekende letter of intent. De onderhandelingen werden in september 2019 beëindigd zonder dat de transactie doorging. Bluehoef vorderde vervolgens schadevergoeding wegens het ongeoorloofd afbreken van de onderhandelingen door AMG.
De rechtbank stelt vast dat het niet nodig is om te beoordelen of AMG de onderhandelingen eenzijdig heeft afgebroken of daartoe gerechtigd was, omdat Bluehoef tijdens de mondelinge behandeling verklaarde de aandelen in 2021 aan een derde te hebben verkocht voor een hogere prijs dan de oorspronkelijk beoogde prijs met AMG. Dit voordeel weegt zwaarder dan de door Bluehoef gestelde schade.
De rechtbank oordeelt dat het genoten voordeel van Bluehoef in mindering moet worden gebracht op de eventuele schadevergoeding. Bluehoef heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar vermogenspositie beter was geweest als de verkoop aan AMG was doorgegaan. Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt Bluehoef in de proceskosten.