Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure:
- het verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ex. art. 7:671b BW, met producties, op de griffie ontvangen op 23 april 2021;
- het verweerschrift met producties.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een straatadvocaat bij Zorgbelang Inclusief (ZBI), die herhaaldelijk terugviel in haar alcoholverslaving. Ondanks meerdere periodes van arbeidsongeschiktheid en opname in verslavingsklinieken, bleef de werknemer werkzaam in een kwetsbare functie die stabiliteit vereist. ZBI vorderde ontbinding op grond van disfunctioneren en verstoorde arbeidsverhouding, met de stelling dat herplaatsing niet mogelijk is.
De werknemer voerde verweer met een beroep op reflexwerking van het opzegverbod tijdens ziekte, ontkende functioneren onder invloed en stelde dat zij inmiddels volledig hersteld is. Zij betwistte de ontbinding en stelde dat ZBI ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, onder meer door onterechte beschuldigingen en het niet bieden van re-integratiemogelijkheden.
De kantonrechter oordeelde dat het opzegverbod niet meer geldt omdat de werknemer sinds februari 2021 niet meer arbeidsongeschikt is. De d-grond (disfunctioneren) faalt omdat ongeschiktheid door ziekte is uitgesloten. De g-grond (verstoorde arbeidsverhouding) wordt toegewezen vanwege het herhaaldelijk terugvallen en het daarmee beschaamde vertrouwen, waardoor voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet van ZBI kan worden verlangd. Herplaatsing is niet mogelijk. De transitievergoeding wordt toegekend, maar de billijke vergoeding en vergoeding van advocaatkosten worden afgewezen. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 31 augustus 2021.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 31 augustus 2021 wegens verstoorde arbeidsverhouding; transitievergoeding toegekend; billijke vergoeding afgewezen.