Eiser vordert ontbinding van de huurovereenkomst met betrekking tot een woning te Rotterdam, betaling van achterstallige huur, rente, buitengerechtelijke kosten en ontruiming van het gehuurde binnen drie dagen na betekening van het vonnis.
Gedaagde betwist de feiten niet, maar stelt dat het gehuurde al sinds mei 2020 is ontruimd en de sleutels zijn overhandigd aan de gemachtigde van eiser. De kantonrechter wijst de vordering toe en beveelt zekerheidshalve alsnog de overgave van de sleutels.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van €4.927,79 aan achterstallige huur, rente en kosten, plus wettelijke rente over een bedrag van €3.200,00 vanaf dagvaarding. Tevens wordt gedaagde veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen en betaling van €400,00 per maand huur tot ontruiming. Proceskosten worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.