ECLI:NL:RBROT:2021:7260
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onroerende zaak niet aangemerkt als woning in aanbouw voor OZB-tarief
Eiseres maakte bezwaar tegen de aanslag Onroerende Zaak Belasting (OZB) die was vastgesteld tegen het tarief voor niet-woningen, omdat de onroerende zaak op de waardepeildatum 1 januari 2017 een woning in aanbouw zou zijn. Zij verwees naar eerdere jurisprudentie die woningen in aanbouw als woning kwalificeert. Verweerder stelde dat er op die datum nog geen aanvang was gemaakt met bouwkundige werkzaamheden die tot de stichting van de woning leiden, waardoor het niet als woning in aanbouw kan worden aangemerkt.
De rechtbank toetste dit aan de relevante wetsgeschiedenis en jurisprudentie, waaronder het arrest van de Hoge Raad en uitspraken van gerechtshoven, en concludeerde dat een woning in aanbouw pas bestaat vanaf het begin van feitelijke bouwkundige werkzaamheden. Aangezien op 1 januari 2017 alleen een bouwkeet aanwezig was en nog geen heipalen waren geslagen, kwalificeerde de onroerende zaak niet als woning in aanbouw.
Daarnaast behandelde de rechtbank het beroep op het gelijkheidsbeginsel door eiseres, die stelde dat een nabijgelegen perceel wel als woning werd belast. Verweerder legde uit dat twee bezwaren ten onrechte gegrond waren verklaard, maar dat dit geen meerderheid van gevallen betrof, waardoor de meerderheidsregel niet werd overschreden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Fransen op 16 juli 2021.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet-woningtarief voor de OZB wordt ongegrond verklaard.