ECLI:NL:RBROT:2021:7283
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing ontruimingsvordering wegens huurachterstand van negen maanden
In deze kort geding procedure vordert eiser ontruiming van de woonruimte die door gedaagde wordt gehuurd vanwege een huurachterstand van €13.500,- over negen maanden. De kantonrechter stelt vast dat gedaagde de huur over de maanden november 2020 tot en met juli 2021 niet heeft betaald, hetgeen een voldoende grond vormt voor ontbinding van de huurovereenkomst.
Gedaagde voert verweer dat de huur over oktober 2020 wel is voldaan en dat hij meerdere voorstellen tot contante aflossing heeft gedaan, welke door eiser geweigerd zouden zijn. Dit verweer wordt verworpen omdat gedaagde geen betalingsbewijs heeft overgelegd en partijen zijn overeengekomen dat betaling per bankoverschrijving moet plaatsvinden.
De kantonrechter oordeelt dat eiser een spoedeisend belang heeft bij ontruiming en dat de vordering in een bodemprocedure waarschijnlijk zal worden toegewezen. Daarom wordt de ontruimingsvordering toegewezen en wordt gedaagde veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen na betekening van het vonnis. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd. De machtiging om de ontruiming door een deurwaarder te laten uitvoeren wordt afgewezen omdat dit reeds uit de wet volgt.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen 14 dagen vanwege een huurachterstand van negen maanden.