ECLI:NL:RBROT:2021:7326

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 juni 2021
Publicatiedatum
27 juli 2021
Zaaknummer
C/10/620055 / FA RK 21-4468
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 WzdArtikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging voortzetting inbewaringstelling psychogeriatrische cliënt wegens neurocognitieve stoornis

Het CIZ verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van cliënte, die lijdt aan een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis. De burgemeester had op 9 juni 2021 een last tot inbewaringstelling genomen vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

De rechtbank stelde vast dat cliënte sinds 2017 bekend is met neurocognitieve achteruitgang, die de laatste weken aanzienlijk is toegenomen. Cliënte vertoont desoriëntatie, agressief gedrag en weigert thuiszorg, waardoor haar echtgenoot overbelast is geraakt. Ambulante zorg is niet meer toereikend en intensieve 24-uurs zorg binnen een instelling is noodzakelijk.

De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen, dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn en dat aan de wettelijke criteria is voldaan. De machtiging werd voor de duur van zes weken verleend, tot en met 27 juli 2021.

Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken verleend wegens ontoereikende ambulante zorg en onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/620055 / FA RK 21-4468
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 15 juni 2021 betreffende een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënte],
geboren op [geboortedatum cliënte],
hierna: cliënte,
wonende en verblijvende te [woonplaats cliënte],
advocaat mr. G.J. Schipper-de Bruijn te Spijkenisse.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 11 juni 2021.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de beschikking van de burgemeester van 9 juni 2021;
  • de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [naam 1], arts, van 9 juni 2021.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 juni 2021.
Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
  • cliënte met haar hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam 2], verzorgende, verbonden aan Careyn,
  • [naam 3], dochter van cliënte.

2..Beoordeling

2.1.
Op 9 juni 2021 heeft de burgemeester van de gemeente Brielle ten behoeve van cliënte een last tot inbewaringstelling genomen. Op 11 juni 2021 heeft het CIZ verzocht met betrekking tot cliënte een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling te verlenen.
2.2.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat dit ernstig nadeel wordt veroorzaakt door het gedrag van cliënte als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening, te weten ongespecificeerde neurocognitieve stoornis. Tevens is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, bedreiging van de veiligheid van cliënte al dan niet doordat zij onder invloed van een ander raakt en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Cliënte zou vanaf 2017 reeds bekend zijn met neurocognitieve achteruitgang, echter de laatste vier weken is de achteruitgang toegenomen. Cliënte wil naar de woning van haar ouders en denkt nu in Rockanje te verblijven. Ook is cliënte (verbaal) agressief naar haar echtgenoot en dochter en herkent op momenten haar echtgenoot niet, waardoor zij emotioneel en verward raakt. Cliënte is gedesoriënteerd in tijd en plaats, verdwaalt in de wijk zonder haar echtgenoot en zij weigert iedere vorm van thuiszorg. De echtgenoot is overbelast geraakt en kan de zorg voor cliënte niet meer dragen. Cliënte behoeft 24 uurs zorg, begeleiding en structuur hetgeen haar binnen de huidige instelling geboden kan worden.
2.3.
Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is
voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder ingrijpende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat cliënte behoefte heeft aan intensieve 24-uurs zorg, toezicht en begeleiding op een psychogeriatrische afdeling. De mogelijkheden binnen de ambulante hulpverlening zijn niet meer toereikend en het steunsysteem is overbelast geraakt.
2.4.
Cliënt verzet zich tegen een voortzetting van haar verblijf het verblijf in de accommodatie. Cliënte vindt het niet fijn binnen de instelling.
2.5.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes weken.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van [naam cliënte] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 juli 2021.
Deze beschikking is op 15 juni 2021 mondeling gegeven door mr. W.J. van den Bergh, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier, en op 22 juni 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.