Het CIZ verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van cliënte, die lijdt aan een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis. De burgemeester had op 9 juni 2021 een last tot inbewaringstelling genomen vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.
De rechtbank stelde vast dat cliënte sinds 2017 bekend is met neurocognitieve achteruitgang, die de laatste weken aanzienlijk is toegenomen. Cliënte vertoont desoriëntatie, agressief gedrag en weigert thuiszorg, waardoor haar echtgenoot overbelast is geraakt. Ambulante zorg is niet meer toereikend en intensieve 24-uurs zorg binnen een instelling is noodzakelijk.
De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen, dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn en dat aan de wettelijke criteria is voldaan. De machtiging werd voor de duur van zes weken verleend, tot en met 27 juli 2021.