ECLI:NL:RBROT:2021:7384
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig griffierecht zonder herinneringsbrief
Opposante had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de gemeente Rotterdam. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan. Opposante deed verzet tegen deze uitspraak.
De rechtbank beoordeelde in de verzetprocedure of het beroep terecht zonder zitting was afgedaan. Opposante gaf aan dat persoonlijke omstandigheden en de coronasituatie het lastig maakten om facturen te voldoen en dat de griffierechtnota aan haar aandacht was ontsnapt. Zij had het griffierecht uiteindelijk wel betaald, maar te laat.
Volgens artikel 8:41 Awb Pro moet het griffierecht tijdig zijn voldaan, anders is het beroep niet-ontvankelijk. De wet staat geen belangenafweging toe. Echter is het gebruikelijk dat bij uitblijven van betaling een herinneringsbrief wordt gestuurd om verwarring te voorkomen. In deze zaak was geen herinneringsbrief aan opposante gestuurd. Was die wel tijdig verstuurd, dan was de betaling binnen de hersteltermijn geweest.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzet gegrond en verviel de eerdere niet-ontvankelijkheidsverklaring. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens niet tijdige betaling van het griffierecht is gegrond verklaard omdat geen herinneringsbrief is verstuurd.