ECLI:NL:RBROT:2021:7401
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in bestuursrechtelijke procedure bijzondere bijstand
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. A.C. Rop, rechter in de rechtbank Rotterdam, naar aanleiding van een bestuursrechtelijke procedure over bijzondere bijstand voor advocaat- en griffiekosten. Het wrakingsverzoek volgde op een beslissing van de rechter om geen aanhouding van de zaak te verlenen en het verweerschrift van het College niet buiten beschouwing te laten.
Verzoeker stelde dat hij onvoldoende tijd had gekregen om te reageren op het omvangrijke verweerschrift van het College, dat slechts één werkdag voor de zitting was ingediend. Hij vreesde daardoor vooringenomenheid van de rechter, die het verzoek om aanhouding had afgewezen. De rechter had echter aangegeven dat verzoeker schriftelijk of mondeling op de zitting kon reageren.
De wrakingskamer overwoog dat een onwelgevallige of mogelijk onjuiste beslissing op zichzelf geen grond voor wraking is. Er moesten uitzonderlijke omstandigheden zijn die wijzen op vooringenomenheid. De beslissing van de rechter werd niet als zodanig onbegrijpelijk beoordeeld dat alleen vooringenomenheid die kon verklaren. De rechter had een redelijke inschatting gemaakt van de reactietermijn en de mogelijkheden voor verzoeker.
Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door mr. K.J. Bezuijen namens de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens onvoldoende gronden voor vooringenomenheid.