ECLI:NL:RBROT:2021:7454

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 juni 2021
Publicatiedatum
30 juli 2021
Zaaknummer
ROT 20/3258
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:12 AwbVerzamelbesluit Toeslagen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit toeslagpartner na echtscheiding en belangenafweging

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Belastingdienst/Toeslagen waarin haar ex-partner vanaf 1 september 2018 niet langer als toeslagpartner werd aangemerkt. Dit volgde op het echtscheidingsverzoek dat op 6 augustus 2018 door de rechtbank werd ontvangen.

De rechtbank oordeelt dat het besluit terecht is genomen, maar dat het niet was voorzien van een deugdelijke motivering zoals vereist op grond van artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Tijdens de zitting heeft de Belastingdienst alsnog een belangenafweging gemaakt op basis van het Verzamelbesluit Toeslagen.

De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen ervan in stand omdat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken en een betalingsregeling mogelijk is. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.

De uitspraak is mondeling gedaan op 23 juni 2021 door rechter F.P.J. Schoonen in aanwezigheid van griffier G.J. Machwirth.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd met instandhouding van de rechtsgevolgen en vergoeding van het griffierecht.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 20/3258
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder,

gemachtigde: [naam gemachtigde] ,
Eiseres is met kennisgeving niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door mr. drs. S.H. van Wingerden.
Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 23 juni 2021 heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.

Beslissing

De rechtbank
-verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het bestreden besluit;
-bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
-bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 47,- vergoedt.

Overwegingen

De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft overwogen dat de aanvraag van 24 juli 2018 voor de echtscheiding, op 6 augustus 2018 door de rechtbank is ontvangen. Verweerder heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat de heer [persoon A] vanaf 1 september 2018 niet langer als toeslagpartner van eiseres is aan te merken.
De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit niet voorzien was van een deugdelijke motivering zoals bedoeld in artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder heeft desgevraagd ter zitting alsnog met toepassing van het Verzamelbesluit Toeslagen, laatstelijk aangepast per 15 januari 2021, de belangen van eiseres ten aanzien van de terugvordering afgewogen. Ten aanzien van de vraag of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand gelaten kunnen worden, volgt de rechtbank de ter zitting gegeven toelichting dat in het kader van de belangenafweging gebleken is dat er geen bijzondere omstandigheden zijn en zonodig een betalingsregeling voor de terugvordering getroffen kan worden.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is op 23 juni 2021 in het openbaar gedaan door mr. F.P.J. Schoonen, rechter, in aanwezigheid van G.J. Machwirth, griffier.
De griffier is buiten staat de rechter is verhinderd te tekenen
griffier rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.