In een spoedkort geding tussen Byldis Prefab B.V., MEET RIVM CBG B.V. en De Groot & Visser B.V. over een bouwproject op het Science Park te Utrecht, werd de onder-onderaannemer veroordeeld om de werkzaamheden uiterlijk 1 februari 2021 te hervatten en binnen vijf respectievelijk zes weken te voltooien.
De bouw bevindt zich in de afrondende fase met een opleverdatum van 31 augustus 2021, waarbij bij overschrijding hoge boetes van circa 4 miljoen euro per maand dreigen. DGV had het werk eind 2020 gestaakt, stellende een opschortingsrecht, terwijl Byldis het grootste deel van de aanneemsom had voldaan. Door patstelling tussen partijen werd opschorting van werkzaamheden als disproportioneel beoordeeld.
De voorzieningenrechter stelde redelijke termijnen voor de afronding van de montage van de kroon en zijwangen vast en legde een gemaximeerde dwangsom op bij niet-naleving. De vorderingen van DGV tot voorschot schadevergoeding en het stellen van een bankgarantie werden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onvoldoende aannemelijkheid van de vordering.
Proceskosten werden DGV opgelegd in zowel conventie als reconventie. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.