VGZ Zorgverzekeraar vordert betaling van een achterstand in zorgpremies van [gedaagde], die een basis- en/of aanvullende zorgverzekering bij VGZ heeft. De totale achterstand bedroeg €1.840,40, maar VGZ heeft haar vordering beperkt tot €500 aan hoofdsom, met behoud van rechten op verdere vorderingen.
[gedaagde] erkent de schuld en overlegt betalingsbewijzen die volgens haar onjuist zijn verwerkt. Zij stelt een betalingsregeling voor van €50 per maand, die door VGZ is afgewezen. Tijdens de mondelinge behandeling verschijnt [gedaagde] niet, waardoor de kantonrechter uitgaat van de juistheid van VGZ's stukken en stellingen.
De kantonrechter wijst de vordering van €500 toe, inclusief wettelijke rente vanaf dagvaarding, maar laat de beoordeling van buitengerechtelijke kosten en rente buiten beschouwing vanwege de beperkte vordering. Tevens wordt [gedaagde] veroordeeld in proceskosten en wordt haar geadviseerd contact op te nemen voor een betalingsregeling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.